Vanaf woensdag 2 september 2026 start gemeente Dilbeek met een testfase waarbij inwoners op woensdagvoormiddag van 8u30 tot 12 uur bij de dienst Burgerzaken terecht kunnen zonder afspraak. Dit zal mogelijk zijn voor de meeste producten van Burgerzaken. Voor de meer complexere dossiers blijft een afspraak echter noodzakelijk.
Vraag van de burger
Met deze test wil Dilbeek inspelen op de vraag van inwoners naar meer flexibiliteit in de dienstverlening. Sinds de coronaperiode werken veel lokale besturen voornamelijk op afspraak. Dat systeem biedt voordelen op vlak van wachttijden en voorbereiding, maar botst soms op de noden van inwoners die liever zonder afspraak langskomen.
Combinatie van afspraak en moment zonder afspraak
Met de invoering van een wekelijks moment zonder afspraak kiest Dilbeek bewust voor een combinatie van beide systemen. Tijdens dit moment kunnen inwoners langskomen voor de meeste producten van Burgerzaken, zoals identiteitskaarten, rijbewijzen, reispassen en adreswijzigingen (voor Belgen).
Voor meer complexe dossiers, zoals aanvragen voor niet-Belgen of zaken rond burgerlijke stand, blijft een afspraak noodzakelijk. Deze dossiers vergen doorgaans meer voorbereiding en behandeltijd.
Daarnaast blijft ook het snelloket beschikbaar zonder afspraak tijdens de gewone openingsuren voor het afhalen van rijbewijzen, (reis)paspoorten of het verkrijgen van attesten.
Gericht op betere toegankelijkheid
Met deze proef wil de gemeente de toegankelijkheid van haar dienstverlening verder verbeteren en drempels verlagen.
De ervaringen van inwoners en medewerkers worden tijdens deze testfase nauw opgevolgd. Op basis daarvan zal het lokaal bestuur evalueren hoe de dienstverlening in de toekomst het best georganiseerd kan worden.
“Door vrije inloop en werken op afspraak te combineren, bieden we inwoners het beste van twee systemen. Zo kunnen we zowel efficiënt werken als flexibel inspelen op individuele noden en willen we tegelijkertijd antwoord bieden op de vraag van de burger”, klinkt het bij schepen van Burgerzaken Linda Janssens.
Marc Sluys